Alle berichten van webmaster

Maria Neefjes is schilder. Werken van haar zijn opgenomen in collecties van partikulieren, bedrijven, banken en musea, verspreid over de hele wereld.

Interview in Atelier Magazine, zomer 2020

Hein Dik in gesprek met Maria Neefjes.

“Verwondering en verlangen, daar gaat mijn werk over,”, zegt ze. Maria Neefjes heeft naam gemaakt met werk dat verleidt dankzij diep gloeiende kleuren en vloeiende vormen. Haar stijl balanceert tussen herkenbaar en abstract. Dat ze heeft gereisd, zie je terug in veel van haar schilderijen.

Maria Neefjes bij L’Invitation au Voyage

“Geel”, zegt ze. Geen aarzeling. Enthousiast: “Ik begin bijna altijd met geel. Het is de kleur van God, het is zoiets lichts, zoiets moois…” Ze leidt me rond door haar twee ateliers in een Haags herenhuis. De ene ruimte is voor werk op papier, de andere voor olieverfschilderijen. Ze is tenger, maar tilt resoluut schilderijen op of trekt witte lakens van de doeken.

Ben je tevreden dat je schilderes bent geworden?
“Ja, zeker. Toen ik jong was, wist al dat ik schilderes wilde worden. Ik heb wel leren praten, maar dat heeft toch jaren geduurd. Ik kan eigenlijk niet goed praten, zie alles meer in beeld. Wat dat betreft ben ik het  tegendeel van mijn zus Margriet de Moor, die schrijfster is geworden en juist alles doet met taal.”

Waar werk je op het ogenblik aan?
“Ik heb net een periode afgesloten waarin ik pastels maakte. Eén van mijn onderwerpen was een reis naar Oekraïne en de Krim. Met een groep vrienden hebben we een treinreis geregeld voor onze trip langs de Zwarte Zee: Odessa, Jalta, Sebastopol, Russische havensteden en badplaatsen op de Krim en de Oekraïne.  De onlangs overleden schrijver en vriend Alexander Münninghoff was de organisator, hij sprak vloeiend Russisch en was onze tolk.” 

Maria Neefjes – Nachttrein langs de Zwarte Zee

Je houdt van reizen?
“Ik ben erg lang alleen geweest, woonde iets van 35 jaar alleen. Voor het werk van een schilder is dat natuurlijk prima. Ik had al wel lange tijd een verhouding met mijn huidige man en tijdens die verhouding maakten we erg lange reizen, dan waren dan dag en nacht bij elkaar, hoewel we apart woonden. Reizen had echt een dubbele betekenis: het onderzoeken van de wereld en het onderzoeken van onze relatie.”

Je houdt erg van Indonesië?
Mijn eerste man, de componist Otto Ketting, had Indonesisch bloed. Met hem ben ik er nooit geweest, maar ik las erover en hoorde veel verhalen. Later reisde ik geregeld naar Indonesië, daar was aanvankelijk alles onbekend en raadselachtig voor mij.

Maria Neefjes – Tempel op Bali

Wat sprak je daar aan als schilderes?
“In Indonesië is alles intens visueel. Ze mogen dan arm zijn, maar als je die mensen ziet in hun duizend keer gewassen, verschoten sarongs met de heerlijkste patronen, dan zie je schoonheid. Mijn ‘Tempel Op Bali’ vind ik nog steeds één van mijn mooiste Indonesische schilderijen. Dat vochtige, heiïge licht is er goed in getroffen. Ik heb een paar doeken over die tempel gemaakt en ook een paar over tempelwachters. Bij het vijfde schilderij was ik dat tropische licht kwijt en werd het qua kleur toch weer een Hollands schilderij.”

Je werk is ook persoonlijk?
Het heeft een autobiografische kant en familieverhalen komen te pas. Die familieverhalen herken ik ook in het werk van mijn zus.

Eén van mijn neven was stuurman op de wilde vaart. Ze voeren naar havensteden om te lossen. Hij wist nooit tevoren met wat voor lading hij terug zou komen, of zelfs wanneer. Ik stelde me zo’n huur-kamertje van een zeeman voor: een kleine kamer met een raampje, een vrouw, een asbak en een fles drank. Zes havensteden die ik allemaal ooit zelf bezocht, nam ik in gedachten: Bangkok, Marseille, Casablanca, Antwerpen, Soerabaja, Istanboel. Over elke stad maakte ik steeds twee schilderijen, op het ene dat kamertje met de vrouw die daar gevangen zit en daarnaast een buitenschilderij.”

Wat voor emotie is het om onderweg te zijn?
“Het fijne van op reis zijn is dat je volstrekt alleen bent. Je bent niet meer dan de ruimte die je inneemt en het koffertje dat je bij je hebt. Meer is er niet. Ik heb onderweg veel getekend en geschilderd. Op een gegeven moment merkte ik dat ik alsmaar de abstracte kant van het landschap zocht en steeds op dezelfde dingen uit was.”

Soms vind ik je werk ironisch: de lampenbrenger bijvoorbeeld?
Glimlach: “Ja, dat is een zeer ongepaste figuur die zomaar bij je binnenkomt om een lamp te brengen.”

Of de namiddagvrouw?
“Dat zijn twee schilderijen. Op de ene zie je een geklede vrouw, op het ander is ze naakt. Ze zijn eigenlijk gemaakt naar aanleiding van –nou ja, excuseer, dat is natuurlijk een grote naam – Goya. Hij heeft de geklede- en de naakte Maya gemaakt. Bij de namiddagvrouw zie je dat het vier uur is. Sësta-tijd. Maar je ziet ook een bos tulpen, dus dat is weer heel Hollands. Ja, een glimlach mag er ook zijn.”

Maria Neefjes – Namiddagvrouw gekleed
Maria Neefjes – Namiddagvrouw naakt

Vertel eens iets over je aanpak?
“Ik begin meestal met geel, een kleur die me veel energie geeft. Ik maak geen klassieke onderschildering, maar zet de compositie direct op met caseïne-tempera, een verf die je met water kunt vermengen en die snel droogt. Je kunt caseïneverf overigens niet goed bewaren, want het wordt keihard. Mijn favoriete caseïne koop ik in Greenwich Village, in NYC.

Dat geel is voor mijn eigen plezier hoor, want daarna wordt zowat alles overgeschilderd in de kleuren waarmee ik het schilderij wil maken. De vorm wordt dan min of meer vastgelegd in caseïne-tempera. Na een paar dagen drogen komt er een laag gekleurd vernis overheen. Die laag bepaalt de sfeer van het doek, zoals de duiding  mineur of majeur in muziek. Na een paar verschrikkelijke weken van wachten tot de vernislaag droog is, komt het schilderen met olieverf. 

Ik gebruik nooit traditioneel perspectief, omdat ik vormen en lijnen eerder naast elkaar zie. Ik bekijk de wereld alsof je er boven hangt, alsof je een plattegrond ziet. Bij mij komt de diepte ook wel vanuit de verf; heel dun of juist aangezet in vele lagen en ik laat zien dat het leven doorgaat naast het schilderij: de lijnen lopen het doek uit.”

Er zijn heel wat kunstenaars die me inspireren, maar ik heb nooit het idee dat ik het precies zo wil doen. Voel me verwant met de blik van Gauguin;  bij hem tref ik dezelfde idee over diepte. Als hij een vrouw schildert, dan ligt de rivier om haar hoofd en de bomen groeien uit haar schouders.

Maria Neefjes – L’Invitation au Voyage

Je hebt internationale waardering gekregen?
“Ja, ik heb het geluk gehad sinds 1982 van mijn werk te kunnen leven. Ik heb met galeries gewerkt in de VS, Hongkong, Spanje, Denemarken, België. Maar ook in Nederland,Den Haag, Amsterdam, Den Bosch, Groningen, kreeg ik mooie tentoonstellingen en opdrachten. Geweldig was het om voor de aula van Dudok in het crematorium Velsen een zes meter hoog schilderij te maken: ’De Tijd en de Zee’ en in crematorium Dieren hangen behalve de drie Euridice-doeken, ook drie van mijn  ‘Gesprek-schilderijen’: ’Gesprek met de Maan’, wat ik  één van mijn beste werken vind, ‘Gesprek na de Liefde’ en ‘Gesprek in de Lente’.”

Maria Neefjes – Gesprek met de maan

Ondanks je reizen houd je van het Hollandse licht?
“Ja. Ik ben opgegroeid in Noordwijk en ben gehecht aan Nederland, wat vind ik het hier mooi! Deze winter reed ik van Schiphol naar huis en zag die met stro afgedekte, geploegde velden. Elke millimeter van dit land in handen geweest, er is iets mee gedaan.

Het mooiste licht is ons Noordzeelicht, ongelooflijk genuanceerd. Prachtig.”

www.marianeefjes.nl

Anxious Night Thoughts

nights1

I am rather pleased about this recently finished painting, but still trying to find an appropiate title…
It is the second one of three works with the same theme: the anxious night-thoughts.
In this picture I painted seven heavens, different levels in the night; layers of pain, longing and anxiety.
nights2

The first heaven is the infinite wide space of the sky hovering above with her moon and stars so far, far away that it makes you feel lost and lonely, as you can feel at night when you’re the only one to lie awake.
The second heaven is about the disturbance of people with their never ending criticism and opinions.
I painted the teeth in their mouths while they are judging everyone.
nights3

Then comes the third heaven with the floating clouds of my dreams.
The fourth heaven is the endless sea who puts my small human life in perspective.
nights4The fifth is a not defined dark-red bow.
In the sixth heaven are the flames of my regrets and desires.
nights6

And finally in the seventh heaven, safely wrapped up like a christmas baby, guarded by the protecting quiet silhouette (red) of my sleeping companion,
I lie awake open eyed next to my shade-face of darkness.
nights7The house cat, animal of the night and mistress of our place, doesn’t sleep either.
In her own pride she never tells anything, never shares her secrets with anyone.
Cat’s head is in the heaven with flames and fire of longing and desire,
nights8

But her litlle body is wrapped up safely against my silent body, just as we use to rest each night.
nights9

What I consider the best thing however, is the way I succeeded to maintain the atmosphere, the intimacy, undisturbed by a composition of strong movements and strong colours.
Although I painted for months on this work you can still spur the feeling of the first idea, the spontaneous design left almost transparent in her first wash of paint and varnish.
This transparency also brings this strange haze in the colours. The faded night colours they use in films, suggesting darkness, comes to your mind.
The seven heavens are different, but at the same time they are similar, due to my brushstrokes and the use of intense shady colours.

Kempen & Company

Kempen & Company – Speciale editie PAN Amsterdam 2005 – In het Spoor van Gauguin

Maria Neefjes bij Kempen & Co
Maria Neefjes bij Kempen & Co

De kunstcollectie van Kempen & Company bevat naast meubelobjecten uit vervlogen tijden ook werk van hedendaagse kunstenaars. Eén van hen is de Haagse kunstschilder Maria Neefjes.

In de Zonnezaal van Kempen & Co, de grootste vergaderzaal van de bank, hangen twee doeken van de kunstenaar Maria Neefjes, die allebei uit 1990 dateren. Ze ziet haar werken na jaren voor het eerst terug, maar vertelt erover alsof ze gisteren pas de finishing touch heeft aangebracht.
“Ik maak landschappelijke schilderijen, ook wel met mensen erop, maar altijd een slag vertaald.”
Al heel jong wist Maria Neefjes wat ze wilde worden. Waar leeftijdgenootjes droomden van een conventionele carriere stond het voor haar vast dat ze zou gaan schilderen.
“Overal en altijd zat ik om me heen te kijken en probeerde ik wat ik zag via mijn handen in beelden te vertalen.”
“De professionbele kunstenaar kan dat moment van inspiratie heel geconcentreerd en observatief terughalen”
Die drang tot schilderen is nooit meer overgegaan. Maria Neefjes werkt iedere dag, zomer en winter. Op reis gaan altijd een schetsboek en een schriftje mee, waarin zij nieuwe indrukken en landschappen in snelle lijnen vastlegt en soms ook woorden optekent om daarmee later, eenmaal thuis, die inspirende momenten in haar herinnering terug te roepen. Want ze heeft de concentratie en de stilte van haar Haagse atelier nodig om te werken. Het kenmerkende verschil tussen een zondagsschilder en een professioneel kunstenaar?
“De kunstenaar kan dat moment van inspiratie heel geconcentreerd en observatief terughalen en bekijkt met een zekere distantie wat er visueel mee te doen is.”
Credo
In haar manier van werken is Maria Neefjes beinvloed door Paul Gauguin. Het credo van de Franse impressionistische kunstschilder dat elke plek in een schilderij belangrijk is, spreekt haar aan.
“Er was bij Paul Gauguin geen sprake van een achtergrond die dienstbaar is aan een voorgrond die het verhaal vertelt. Dat wil ik ook in mijn eigen werk. Alles op het doek is belangrijk, onderdelen moeten elkaar aanvullen of meenemen in een zekere vaart, maar elkaar niet beconcurreren. Wat ik verder in Gauguin bewonder, is zijn vermogen om grote, bijna abstracte doeken toch aan hun details te laten toekomen. Een goed schilderij heeft niet alleen de grote lijn, maar zoemt hier en daar in op details”.
In de werken die Kempen & Co van Maria Neefjes heeft aangekocht, zijn de details onder andere te zien in het “schrift”, de manier waarop er geverfd is.
“Ik werk in mijn doeken met gelaagdheid en door die transparante lagen ontstaan dan nieuwe kleuren”.
Wijzend naar het werk met de gele tinten “Het Huis”, zegt Maria Neefjes:
“Dat geel is echt de kleur van God, een soort goud. In het centrum staat een Gelukkig Huis van waaruit je de wereld in dwaalt. Zo zou een huis moeten zijn, als een uitvalsbasis waar je steeds naar terugkeert en waar je steeds weer dingen toelaat. Het andere doek, “Citadel” genaamd, is veel ernstiger. Het gaat ook over een plek van waaruit je leeft, maar het is beschermder en bijna onneembaar, zoals een citadel ook moet zijn”.

* * * Kempen & Company – Special edition PAN Amsterdam 2005 – In the footsteps of Gauguin

The art collection of Kempen & Co contains items of furniture from the past and work of contemporary artists. One of them is the painter from The Hague Maria Neefjes. Two works of Maria Neefjes, both dating from 1990, hang in the Zonnezaal or Sun room of Kempen & Co, the largest of the bank’s conference rooms.
She sees her work again for the first time in years, but talks as if she put the finishing touches to them only yesterday. “I make landscape-like paintings, sometimes with people in them, but always slightly refracted.” From an early age onwards Maria Neefjes knew what she wanted to be. While contemporaries dreamt of conventional careers, for her it was obvious that she would paint.
“I was always looking everywhere around me, trying to convert what I saw, through my hands, into pictures.”
“The professional artist can retrieve that moment of inspiration in a highly concentrated and observing way”
The urge to paint never left her. Maria Neefjes works every day summer and winter. When she travels her sketchbook and notebook always accompany her recording her impressions and landscapes with quick strokes and sometimes words which can recall to mind those moments of inspiration once she returns. She needs the concentration and tranquillity of the Hague studio to be able to work. The defining difference between an amateur and a professional artist? “The artist can recapture that moment of inspiration in a highly concentrated and observing way and can look with a certain distance at what you can do with it visually.”
Credo
Neefjes has been influenced in the way she works by Paul Gauguin. The credo of the French impressionist painter, that each spot in a painting is important, appeals to her. “In Gauguin there was no question of a background being subservient to a foreground that relates the story. That’s what I want to achieve in my own work. Everything on the canvas is important; the individual parts must complement one another or carry each other a long with a certain velocity without upstaging each other. What I also admire in Gauguin is the ability to allow the details a life even in large, almost abstract canvases. A good painting has not only a major line but zooms in as well on the details”.
In the works Kempen & Co has acquired from Maria Neefjes the details are to be seen for one thing in the “writing”, the way the work has been painted. “I work with layers on my canvases and through those transparent layers new colours arise”.
Pointing to the work in shades of yellow “Het Huis” (The House), Neefjes says: “that yellow is really the colour of God, a kind of gold. In the centre there is a Happy House from where you wander into the world. That’s how a house should be, a house which is a kind of base camp to which you keep returning and where you keep on allowing things to happen. The other work called “Citadel” is much more serious. This is about a place where you live, but it is more protected and practically impregnable, like a citadel should be”.

B & W van Zaragoza over Maria Neefjes

Door het gemeenschappelijke culturele erfgoed dat we bezitten, zijn de schilderijen van Maria Neefjes voor ons heel vertrouwd en herkenbaar en ook dankzij haar geheimzinnige thematiek en de duidelijk oosterse invloeden die eruit spreken. Deze zijn overigens met een zekere chromatische uitdrukkingsvaardigheid neergezet, waarin we niet alleen de geschiedenis van de westerse schilderkunst van de laatste eeuw kunnen herkennen, maar ook een zeer veelzijdige, fantasievolle, dromerige, en enigszins ongetemde artistieke persoonlijkheid. Deze kwaliteiten heeft Maria Neefjes vanuit haar vaderland Nederland voor ons meegenomen om ze gul aan alle bewoners van Zaragoza te schenken, zodat zij ervan kunnen genieten via haar emotievolle schilderwerken waarvan de mysterieuze schoonheid niemand onberoerd zal laten.

Joé Atarés Martínez, Burgemeester van Zaragoza

Matador
Matador

II
Uit de figuren, gewoonlijk denkbeeldige portretten of misschien interpretaties van bekende gezichten, en uit de in verbluffende kleuren gehulde bloemen en geheimzinnige, fragmentarische scènes, waarin de natuur – wild of op z’n minst onbedwongen – al haar pracht en praal toont maar ook verborgen melodieën en nimmer ontcijferde legendes oproept, spreekt een leven vol hartstocht, beheerste rust en mateloze dromen, waarmee wij ons zonder probleem kunnen identificeren.

Maria Neefjes leeft en schildert met het zoete enthousiasme en de vastberadenheid van diegenen wie een heldere, onstuitbare roeping gegeven is. Al haar werk lijkt een onophoudelijke viering van het bestaan, met alle mogelijke vrolijke gebeurtenissen en bittere ervaringen, misschien omdat je alleen maar iets kan delen of van iets kan genieten als dat tot op het bot is doorvoeld.
Deze diepdoorvoelde oprechtheid, deze drang om de juiste stiltes en de exacte lijnen te zoeken om de potentiële tekening van onverwachte illusies af te bakenen, dat vermogen om elke dag weer te ontdekken wat er te ontdekken valt, zijn meer dan genoeg redenen om het creatieve werk van Maria Neefjes onvoorwaardelijk te bewonderen. En wellicht dat haar werk beoogt ons op een nieuwe manier te laten kijken naar wat we al als gezien veronderstellen maar wat we echter nauwelijks echt kennen of voelen.

Een zo onvergetelijke ervaring bewijst nog eens, als dat nodig zou zijn, dat de schilderkunst sterker leeft dan ooit en ons nog steeds verrassingen en velerlei genot kan verschaffen, vooral wanneer, zoals in dit geval, zij ons in de gelegenheid stelt om gevoelens, muziek en dromen tot leven te wekken die wij altijd al wel in ons hadden maar die door routine en zelfgenoegzaamheid in vergetelheid zijn geraakt.

We willen Maria Neefjes bedanken voor de moed en de edelmoedigheid die zij heeft getoond om met haar prachtige schilderijen naar Zaragoza te komen met de enige, belangeloze intentie dat wij ze leren kennen en ervan genieten. Zij is ongetwijfeld van mening dat wij zo, net als zij, ons zelf beter leren kennen en andere manieren vinden om van het leven te genieten.

Verónica Lope Fontagné, wethouder van Cultuur, Sociale Zaken en Jeugdzaken

Simon Werenfried over Maria Neefjes

ALS EEN JALOERSE MINNAAR
Onder de grote eiken en kastanjebomen van het Huygenspark in het oude centrum van Den Haag, wandel ik naar het huis waar Maria Neefjes werkt en woont. Ze verwelkomt me in haar witte schildersjas en heeft een fluwelen lint in haar lange vlecht. In het papier-atelier zien hoge ramen uit over het parkje. Hier staan vrachten boeken, allemaal over het vak, over tuinen en torens en boven het bureau een enorme collectie muziektapes. Overal prikborden met meest uiteenlopend “visueel voer”. Op haar binnenplaats vol groen en bloemen, liggen vijf donker granieten platen in een strenge reeks en daar staat ook het schildersatelier. Een kat met een onbenullig baby-roze neusje, bekijkt ons vanonder een oude perenboom. In het schildersatelier heerst een prettig nonchalante orde. Geuren van olieverf en Franse terpentijn. Een hoge glaswand op het noorden voorziet in het gelijkmatige licht waar schilders zo dol op zijn. Op mijn vraag waarom toch alles in haar leven om het schilderen draait, schiet ze in de lach en zegt: “Schilderen is als een jaloerse minnaar, het verdraagt er eigenlijk niets naast.”

Maria Neefjes aan het werk in haar atelier
Maria Neefjes aan het werk in haar atelier

DE VERWONDERING
-Waarom heet de tentoonstelling: “DE VERWONDERING”?
In mijn hart ben ik nooit ouder geworden dan 11jaar, kinderlijk verwonderd en nieuwsgierig naar alles. Ik kijk langs de dingen: zoek het licht dat om vormen speelt, hoe vorm en ruimte elkaar beïnvloeden, wat kleur doet. Telkens ben ik weer verwonderd over de hevige ontroering die dat teweeg kan brengen.
– Wie zijn je voorbeelden?
Ik sta stevig geworteld in de Europeese Schilderstraditie. Waar te beginnen? Bij de Vlaamse Primitieven, Vermeer of Velasquez, die me allen zo dierbaar zijn? Van hen leende ik de tempera/olieverftechniek. Uit vele heerlijke voorgangers zal ik een paar -voor mij belangrijke- 20e eeuwers noemen. Gauguin leert dat kleur en vorm als eigen grootheden mogen stoeien met ruimte en diepte. Bonnard toont dat het alles overspoelende licht de dienst uitmaakt in een schilderij, het is de huid, het bepaalt de sfeer. Picasso laat zien dat het niet nodig is om vormen tot grotere abstractie te vertalen om los te komen van de directe werkelijkheid.
Maria Neefjes doeken
Maria Neefjes doeken
– Wat is de tempera/olieverf techniek?
Ik noemde al mijn bewondering voor de Oude Meesters. Ik gebruik dezelfde heldere, gelaagde olieverf-techniek als bijvoorbeeld Vermeer. Over tweemaal gewit en geschuurd linnen en de eerste opzet met matte sneldrogende tempera-verf, komt een laag gekleurd vernis: de imprimatuur. De kleur van deze imprimatuur heeft invloed doorheen alle volgende lagen. Ik schilder verder met olieverf in verschillende lagen. De verf ligt over elkaar, maar mengt zich niet, zodat kleuren niet vertroebelen. Door die gelaagdheid krijg je ook een dubbele breking van het licht, waardoor kleuren gaan gloeien en stralen, heel intens.
Imprimatur
Imprimatur
– Hoelang werk je aan een schilderij?
Hoewel ik elke dag in het atelier ben, duurt het maanden voor een schilderij klaar is. Dat komt niet alleen doordat tussen het aanbrengen van verschillende lagen verf gewacht moet worden tot alles droog genoeg is om verder te gaan, maar meer nog omdat het werk ontstaat terwijl ik schilder; toevoeg, weghaal en verander. Elk schilderij stelt zijn eigen eisen, gaat over meer dan alleen een persoonlijk uitgangspunt en daar kom ik pas schilderend achter. Een werk is af wanneer ik het herken als vanzelfsprekend: Ja, zó en niet anders moet het zijn.
-Je werk is niet altijd zo eenvoudig als het op het eerste gezicht lijkt.
Ik neem de vrijheid om tegenstrijdig te zijn en veranderlijk. Daardoor vormen mijn schilderijen een onvoorspelbaar beeldverhaal en dat vind ik spannend. Want alles beïnvloedt elkaar; ook in ons leven staat geen gebeurtenis of herinnering op zichzelf. Mijn vaak wilde ideeën ontstaan impulsief. Ik ga uitersten niet uit de weg, terwijl ik tegelijkertijd verlang naar samenhang en harmonie. Zo combineer ik in mijn schilderijen verschillende perspectieven en bewegingen; vormen en lijnen lopen dooreen, onderliggende schilderingen doen nog andere werelden vermoeden. Op die manier is mijn werk zeker gecompliceerd.
Werken in de bergen
Werken in de bergen
– Hoe ziet je leven er uit?
In zijn brieven roemt Vincent van Gogh “het zilte licht van Den Haag” en ik kan dat alleen maar volmondig beamen. Ik ben blij hier bij de Noordzee te wonen, direct achter de duinen, met die bijzonder diffuse helderheid. ‘s Zomers blijf ik hier, genietend van lange dagen met schitterend licht, uitstekend geschikt voor de bewerkelijke olieverf-techniek waarin ik schilder. De deuren van het papier- en het schildersatelier staan open naar een binnenplaats waar het opmerkelijk stil is. Na de werkdag is er nog genoeg tijd over om naar zee te gaan en te genieten van de verrukkelijke, urenlange zomerse schemering. ‘s Winters als de dagen hier kort zijn, werk ik meestal kleiner en op papier. En dan ga ik ook op reis, waarbij ik schetsen en aantekeningen maak die ik later – in de rust van het atelier- verwerk.
– Waarover schilder je?
Qua thema komt alles aan bod. Ik gebruik wat ik zie, maar ook herinneringen, verhalen en mensen, muziek of gesprekken. Zelfs geuren kunnen de aanzet zijn tot een schilderij. Mijn werk vertelt geen eenduidig verhaal en ik voel zelden behoefte om iets uit te leggen of te verklaren; het Raadsel is mij liever dan de Oplossing. Het Raadsel houdt alles open, met een Oplossing eindigt de ontdekkingsreis en daarmee het avontuur. Schoonheid raakt mij diep en ik ben erop uit haar in mijn werk te vinden. Kleuren en licht, vormen en beweging, precies daarmee moet het gebeuren en de twee dimensies van het schilderij zijn me genoeg, want binnen dat venster heb ik uitzicht op de hele wereld.
Werken in Italië
Werken in Italië

* * *
In de loop der jaren ontstond een steeds groter wordende kring van bezitters en verzamelaars van haar werk. De bijzondere selectie schilderijen voor de tentoonstelling in Zaragoza is mede mogelijk gemaakt doordat een aantal van deze bezitters werk in bruikleen afstond. Het gaat veelal om werk dat direct uit het atelier werd verkocht en daardoor niet eerder is geëxposeerd.
Zaragoza Palacio Montemuzo 2002
Den Haag, 16 oktober 2001 V. Simon Werenfried

Drs. Riet van der Linden, kunsthistorica over Maria Neefjes

Denkend aan Maria Neefjes. ‘La condition humaine.’

‘Ik vraag me weleens af, hoe al diegenen die niet schrijven componeren of schilderen weten te ontkomen aan krankzinnigheid, melancholie en het gevoel van angst en paniek, dat onlosmakelijk verbonden is met het menselijk bestaan’ . Dit schrijft Graham Greene in zijn boek: ‘Ways of Escape’ (Ontsnappingsmogelijkheden).

Maria Neefjes heb ik nooit gevraagd naar het waarom, maar ik meen te weten dat voor haar hetzelfde geldt: schilderen om onverschiligheid en wanhoop te vermijden. Een poging om zich te verzoenen met de wereld. Ik heb haar vaak horen praten over het schilderen als een vorm van ascese die haar hestaan terugbrengt tot de grootst mogelijke eenvoud en in al zijn naaktheid blootlegt. Het schilderen is deel van haar wezen, een manier om zich te verstaan, met zichzelf en met de wereld om haar heen. Haar beelden komen in series, als een gestadige golfslag, een voortdurende beweging; onontkomelijk ook, zoals eb en vloed worden gedicteerd door de aantrekkende krachten van zon en maan.

‘Kijken, liefde en verdriet zijn de hoofdthema’s in mijn leven’, schrijft Maria Neefjes bij een zelfportret uit 1990. En daaraan zou ik willen toevoegen: ‘melancholie’. Melancholie over het komen en gaan van de dingen, het komen en gaan van liefde; het komen en gaan van het leven zelf.

Zo is communicatie zelden meer dan een zelfgesprek. En zo ook hier. Ik herken, of meen te herkennen in Maria Neefjes, wat ik ken van mijzelf. Maar afgezien van deze relativering, vermoed ik dat ik mij desondanks niet ver van de waarheid bevind. Het is geen toeval dat de serie schilderijen waaraan Maria Neefjes afgelopen jaar werkte de mythe van de Phoenix tot onderwerp had: een vogel die zichzelf na 500 jaar levend verbrandde om verjongd uit eigen as te herrijzen. Het thema werd ingegeven door het bericht over een brand die ‘La Fenice’ (de Phoenix), een prachtig Venetiaans theatertje dat Maria Neefjes goed kende, nagenoeg in de as legde. Er was natuurlijk de oprechte treurnis en schrik om de vernietiging van dit theater. Maar ik ben er vrij zeker van, dat Maria Neefjes de brand van ‘La Fenice’ heeft aangegrepen, om zich langdurig en intensief te kunnen bezinnen op wat bij de Fransen zo mooi heet: ‘la condition humaine’.

De werkwijze van Maria Neefjes, het schilderen in series met steeds weer dezelfde thema’s, beschouw ik als een vorm van meditatie. Een poging om zich te verzoenen met de kringloop van het leven waaraan de mens ondergeschikt is. Want, wat voor het leven in het algemeen en voor de Phoenix geldt, geldt niet voor het individu. Elk mensenleven is uniek en eenmalig en dus per definitie eindig. Desondanks leven we graag met de illusie dat de dood niet altijd een onverbiddelijk einde hoeft te betekenen. We hopen voort te bestaan via onze kinderen of geloven letterlijk in een leven na de dood. Maar ook, en dat geldt in het bijzonder de kunstenaar, hopen wij voort te leven in onze intellectuele en artistieke arbeid. Individuele uitingen van emoties, denkprocessen, observaties en esthetische opvattingen die hun zeggingskracht behouden en tot anderen spreken, ook als we er zelf niet meer zijn. Geesteskinderen die door de tijd heen een bredere context krijgen en inzicht bieden in een tijdperk als geheel. Sommigen worden ankers voor een hele periode, anderen krijgen de meer nederige maar onmisbare functie toebedeeld van humus, de vruchtbare bodem waarop door nieuwe generaties kan worden voortgebouwd.

Er zijn veel manieren om te spreken over het werk van een kunstenaar. Ik spreek hier bewust niet over ontwikkeling van stijl, compositie of techniek, maar over de drijfveren van het kunstenaarschap zelf. Wie het kunstenaarschap zo serieus neemt als Maria Neefjes en daar het zwaartepunt van haar 1even legt, stelt zichzelf geen gemakkelijke opdracht. Het betekent lange dagen in de eenzaamheid van het atelier, teruggeworpen op jezelf. Alles binnen de onzekerheid of je werk ook bestaansrecht heeft buiten de werkplaats, of er genoeg geld binnenkomt om in je onderhoud te voorzien. Onzekerheden die zwaarder gaan wegen met de jaren. Een kunstenaar wordt niet verkozen om kunstenaar te zijn, het kunstenaarschap vereist geen diploma’s en je wordt er niet of slecht voor betaald. Kunstenaar-zijn, betekent risico nemen. Een kunstenaar is een figuur in de marge van het bestaan. Een ‘nar’, die juist vanuit die niet helemaal serieus te nemen positie van zot en buitenstaander, een openheid kan creeren en een gehoor vinden voor het niet gangbare, de kracht van de fantasie. Juist van die beeldende, persoonlijk getinte logica en denkwereld van de kunstenaar, kan een heel directe en stimulerende prikkel uitgaan op de omgeving. Het gaat erom de avonturier in ieder van ons wakker te roepen.

Dr. Lyckle deVries, kunsthistoricus, over Maria Neefjes

Maria Neefjes op reis
Maria Neefjes op reis

Maria Neefjes reist veel. Tijdens haar reizen noteert ze in getekende dagboeken, wat haar treft. Vaak zijn het details: schaduwpatronen of gebladerte, bijvoorbeeld, maar soms ook strukturen – twee, drie lijnen die de slaperdijken uit het groningse landschap isoleren. Dichterlijke en voor een buitenstaander onbegrijpelijke kleurnotities staan bij de korrelige potloodlijnen. Uit die reisnotities, maar ook wel uit andere gebeurtenissen komen thema’s naar voren die het beginpunt van een nieuw schilderij kunnen worden.

Dat nieuwe werk wordt opgezet, lang nadat de reis voltooid, het boek gelezen, het gesprek beëindigd is. Reizen stimuleert tot afstand nemen, zegt Maria, en door haar manier van werken buit ze die afstand uit. Ze werkt langzaam, laag voor laag, in een gecompliceerde techniek. Elke laag moet drogen, voor de volgende kan worden aangebracht, zodat de creatieve bevlogenheid wordt afgewisseld met reflectie. Afstand nemen, bespiegelen, vergelijken – ze laat zichzelf geen andere keuze.

“Verwondering en verlangen, daarover gaat mijn werk”, schrijft Maria Neefjes. Verlangen strekt zich uit over een afstand in tijd of ruimte. Verwondering is het gevolg van een onverwacht ontstane distantie, een niet eerder ervaren benadering, een nieuw gezichtspunt bij de hernieuwde confrontatie met het onvoltooide werk.

De aaneenschakeling van emoties en ervaringen in het ontstaansproces leidt tot een uiterst gecompliceerd resultaat. Uit een summiere opzet komen steeds meer nuances naar voren. Wie goed kijkt, voelt de spanning tussen de monumentale hoofdvorm en de doorwerkte details. Wie goed kijkt, herkent waarschijnlijk meer dan de helft van alle lagen die elkaars kleuren beïnvloeden. Verbijzondert de structuur zich in duizend kleurgebiedjes? Of werken duizend eilandjes kleur samen, om een compositie op te bouwen?

Neefjes Meisjes papavers
Maria Neefjes – Meisjes papavers

Wie kijkt naar de schilderijen van Maria Neefjes, wordt gedwongen tot diezelfde mengeling van emotie en reflectie, van in het doek willen kruipen en er afstand van nemen. De toeschouwer wil niet alleen over haar schouder meekijken als ze iets maakt, maar ook met haar meedenken en meevoelen als ze iets gemaakt heeft. Zo komt hij toch weer op de plek waar hij hoort: tegenover het schilderij, dat zo verdomde eigenwijs is, omdat het teken naar eigen inzicht is gaan leven. Maria Neefjes maakt het ons niet gemakkelijk, overigens, evenmin als zichzelf. Wie in zo’n verfijnde techniek begint aan een doek van 6 meter hoog, die heeft moed. Wie dat doek als thema geeft: “De Tijd” die durft alles. Wie van zo’n werk een van haar mooiste schilderijen maakt, kan heel erg veel. “Tijd”: een zwaar beladen onderwerp, dat emoties los maakt, maar dat niet alleen met emotionaliteit gehanteerd kan worden. Volgens mij tikt dat thema in je hele werk.

Ik zou willen zeggen, dat Maria Neefjes aansluit bij een Noordelijke lijn, die via Dürer en de Hollandse zeventiende eeuw doorloopt tot in onze tijd. Hoe mooi haar schilderijen ook zijn, ze beperkt zich niet tot de sierlijke, lege vorm, zoals Giambologna. Ze maakt geen kunst die alleen over het maken van kunst gaat, zoals die van – nogmaals – Giambologna of – een ander voorbeeld – Andy Warhol.

Maria Neefjes kiest ook niet voor het concept, dat zijn vorm als een last met zich meesleept. Haar “Bildgedanken” zijn niet tot taal te reduceren, of tot een vorm die door een assistent zou kunnen worden uitgevoerd. In haar schilderijen is haar eigen hand te herkennen die een persoonlijk schrift neerzet, waarin een idee geleidelijk aan zichtbaar is geworden. Dat idee bestaat nooit los van de werkelijkheid, waarin ze haar uitgangspunt vindt. Uit de traditie komt de schildertechniek die Maria Neefjes toepast en die haar dwingt tot een langzame en bedachtzame werkwijze. De gelaagdheid en doorschijnendheid van de kleur op haar doeken komt voort uit een denkproces dat tegelijkertijd een handelingsverloop is. Ook haar onderwerpen komen uit de traditie: landschappen, tronies, stillevens, mythologische en religieuze thema’s. Ze hebben te maken met reizen en ontmoetingen en ze wisselen elkaar vrijelijk af. Om nogmaals Dürer aan te halen: Ein verstendiger, geübter Künstner … kan sein grossen Gwalt und Kunst … mer erzeygen … in geringen Dingen, dann mancher in seinem grossen Werk.

Men zou moeten onderzoeken hoe geringe Dingen en grosses Werk zich tot elkaar verhouden in Maria Neefjes’ werk. Wat mij daarin fascineert, is de spanning tussen de grote vorm die heel voorlopig in de eerste schets is aangeduid en de rijkdom aan détails die daar in het werkproces uit voortkomen. Zoals ik al aangaf, liggen de détails naast èn over elkaar. Elke penseelstreek maakt een deel van het oorspronkelijke plan onzichtbaar, wijzigt het, compliceert het. Uiteindelijk ontstaat een ragfijn evenwicht, waarbij de toeschouwer gedwongen wordt zijn aandacht telkens heen en weer te laten gaan tussen de détails die tot een geheel versmelten en het totaal dat zich in duizend détails verbijzondert. Wie zich de rust gunt om zo te kijken kan (tot op zekere hoogte) volgen hoe de denkende hand van Maria Neefjes iets monumentaals heeft gemaakt van zoiets kleins als een bloesemtak en hoe zij zoiets groots als het licht op Schiermonnikoog kan evoceren met talloze vlakjes kleur.

Wie zo gelukkig is een werk van Maria Neefjes te bezitten (en ik spreek uit ervaring) kan het Albrecht Dürer na zeggen, zonder gevaar voor misverstanden: “Dieses Bild hat Maria mir geschickt . . . . . dit schilderij heeft Maria Neefjes voor mij gemaakt om mij iets van haar denkende hand te laten zien en van haar schilderende geest en van de wereld waarin ze leeft”.

Dr. Lyckle deVries, kunsthistoricus

Dr. Hestia Bavelaar over Maria Neefjes

Maria Neefjes - MediterranAce
Maria Neefjes – MediterranAce

Maria Neefjes trekt zich niets aan van snel opkomende maar evenzo snel weer verdwijnende trends, maar concentreert zich uitsluitend op de kwaliteit van het werk zelf.

Haar werk kenmerkt zich door een combinatie van overdaad, uitbundigheid en beheersing. Bovendien neemt in haar werk het muzikale karakter een belangrijke plaats in. Die parallel ziet men in de complexe gelaagdheid van door elkaar lopende lijnen, vormen en rithmes.

Een gemeenschappelijke noemer die alle kunstwerken met elkaar verbindt is een begrip dat tegenwoordig bijna taboe lijkt te zijn geworden: schoonheid.

Dr. Hestia Bavelaar

Link Art Company over Maria Neefjes

maria-neefjes-liggende-vrouw
Maria Neefjes: Liggende vrouw

Sensualiteit van het lichaam en sensualiteit van materialen zijn steeds terugkerende elementen in het werk van Maria Neefjes. Torso’s worden sterk gestileerd en gaan een speciale relatie met de omringende ruimte aan. De organische vormen leveren enerzijds een spanningsveld op, met strakke decoratieve patronen, anderzijds vormen zij een eenheid met het interieur of landschap.

Maria Neefjes begint meestal met een vrij naturalistische tekening: gezichten, de houding van een lichaam, een benoembare ruimte. Dan komt de ordening van de elementen, de keuze; er blijft steeds minder van zo’n begintekening over. De kunstenares zoekt naar tekens en kleuren die met emoties verbonden zijn.

Het werk gaat over het vertalen van emoties en gebeurtenissen. De dimensie tijd wordt op losse schroeven gezet; vanuit verschillende plaatsen en tijden worden vormen opnieuw in tijd en ruimte bijeengebracht. Om die gevoelens te benaderen tracht Neefjes vormen en kleuren te vinden, beweging in lijnen, in de taal van een schilder.

Maria Neefjes heeft zich in haar kunst niet vastgebeten in één stijl. Verschillende benaderingen van de kunst zijn in haar oeuvre te vinden. Opvallend in haar werk is het speelse kleurgebruik dat voor elk doek of serie weer een eigen sfeerbepalend element wordt. Deze sfeer wordt nog versterkt door andere elementen in het werk, zoals strakke patronen en organische vormen, hier en daar gecombineerd met karakters die aan de Griekse Oudheid doen denken.

Link Art Company

Philip Peters, kunsthistoricus, over Maria Neefjes

Over Gesprek met de Maan, Gesprek in de Regen, Gesprek na de Liefde, Gesprek in April

Deze schilderijen van Maria Neefjes heten alle vier ‘Gesprek’. De iconografie is in alle vier de schilderijen gelijk: twee klassieke koppen beheersen het grootste deel van het beeldvlak tegen een achtergrond die bestaat uit verschillende vlakken. De abstractie van de ‘achtergrond’, de statische kwaliteit van de figua ratie en de haast symmetrische beeldopbouw op het bijna vierkante vlak geven de schilderijen een tijdloze, transcendente kwaliteit.

Gesprek In April.

De figuren, wel steeds een mannelijke en een vrouwelijke, worden niet tot personen, ze hebben een meer algemene, exemplarische functie, als een soort archetypen. Dat plaatst deze schilderijen in het verlengde van een oude traditie van gesprekken in de schilderkunst: die van de ‘SACRA CONVERSATIONE’.

Gesprek Na De Liefde.

Ook hier is sprake van een gesprek dat eigenlijk geen echt gesprek is: het lijkt alsof er niet gesproken wordt, maar geluisterd; het gesprek is een ‘stil’ gesprek. Ook hier wordt het gesprek uitgetild boven het alledaagse, anecdotische niveau naar een meer verheven, spirituele betekenis.

Gesprek Met De Maan.

Bij nadere beschouwing blijkt het begrip ‘achtergrond’ niet helemaal juist. Weliswaar is er op ieder doek sprake van een duidelijke tweedeling tussen de voornamelijk door contouren aangeduide koppen en de voornamelijk uit landschappelijke kleurvlakken bestaande ‘rest’ van het schilderij, de verhouding tussen deze twee beeldelementen is ingewikkelder dan een simpele verdeling in een voor- en een achtergrond. In feite is er sprake van ‘gelaagdheid’.

Gesprek In De Regen.

Hoewel de koppen over de kleurvlakken heen zijn aangebracht, doordringen beide lagen elkaar: de contouren van de koppen hebben zich als het waren in het ‘landschap’ geëtst en omgekeerd verschijnen kleurvlakkenen van dat ‘landschap’ door die contouren heen. Door die vrije manier van werken valt geen hiërarchie vast te stellen: ‘voor- en achtergrond’, koppen en landschappen, hebben een gelijke prioriteit, sterker: ze weerspiegelen elkaar als twee evenzeer onmisbare delen van het geheel en allebei staan ze in diens van de transcendente atmosfeer, die de dualiteit lijkt te willen overstijgen.

Philip Peters, kunsthistoricus